Tribuut aan het verleden

Dit betreft het maken (assembleren) van kunst met gebruik van gevonden voorwerpen (art des objets trouvés)

Materiaal dat voorbij het bedoelde leven geraakt, denk aan afgevallen takken, gekapte bomen, ligt ten prooi aan rot en worm. Hiermee ontstaat een nieuwe structuur - tijdelijk - tot de compostfase is bereikt. Pak het item op in deze fase, en licht de dan aanwezige vorm uit, door het accentueren van het resistente deel. Immers, het weg-schrapen, vijlen, schuren van de meer verrotte / vergane delen, laat ook dit vergaan zien. De hardere, robuuste delen, gaan de nieuwe vorm uitmaken. Op veilige afstand van onszelf, wordt de vergankelijkheid wel aanraakbaar.

Vergelijkbaar is het oppakken van materiaal, dat ooit een functie kreeg toebedeeld, maar deze, in de ogen van de mens, heeft verloren. Vorm en functie zijn nauw verbonden. Veelal zijn deze nog herkenbaar, als ze bij sloopmateriaal gevonden worden. De zaag, hamer en bijtel gebruikt bij de sloop, tast deze vorm (en functie) aan, maar meestal blijven er genoeg herkenningspunten over. Door ze neer te zetten, te verbinden, met beschikbare constructiemiddelen, zoals schroef, koppelstuk, scharnier, worden ze weer in een schijnbare functie terug gebracht.

Door enerzijds de slijt van het materiaal te laten bestaan, of te benadrukken (transparante lak) en anderzijds gaten of scheuren te dichten en strak af te lakken, maak ik in één en hetzelfde materiaal, de slijtage, de vergankelijkheid, alsmede de oorspronkelijke functie zichtbaar. Het gegeven dat dergelijk materiaal van een container geplukt wordt, stipuleert het kale feit, dat de mens het als afgedankt beschouwd. Dat een kunstenaar tribuut doet aan dit materiaal duidt op verzet tegen een maatschappij, die veel weg werpt. Het in- of ombouwen in een kunstwerk, leidt niet tot enige verbetering naar een mindere wegwerp-maatschappij. Misschien leidt het soms tot enig nadenken, of tot een glimlach.     

Drager Meurtant, Augustus 2013