Vanuit een toevallige struktuur / lopen draden / waarmee werktuigen worden vastgezet / om de ruimte af te tasten / naar enig nut. // Maar heeft de ruimte / wel een nut, / en de werktuigen / zijn die wel geschikt / om dat dan te vangen? // Zintuigen beperken de gebruiker / evenzo / als de toetsen / een pianist.